12 februari 2006

Niet alleen Hippocratus en Galenus kwamen met een vierdeling van menselijke temperamenten. Ook Aristoteles kwam uit op vier bronnen van geluk:
- Propraitari (geluk door bezit)
- Hedone (geluk door zintuigelijk genoegen)
- Ethikos (geluk door morele deugd)
- Dialogike (geluk door logisch onderzoek)
En Plato had er ook vier:
- Beschermer
- Ambachtsman
- Filosoof
- Wetenschapper
De beer, de aap, de dolfijn en de uil.
18 november 2005
Dit ga ik gebruiken als uitgangspunt voor het zoeken naar een geschikt idee over retorica:
Aristoteles was de eerste die de beginselen van de retorica systematisch heeft uitgewerkt. Hij verstaat onder retorica de vaardigheid om geschikte overtuigingsmiddelen te vinden en in een redevoering te gebruiken. Aristoteles onderscheidt drie typen toespraken: het juridische genre, het politieke genre en het ceremoniële genre (gelegenheidstoespraken waarin een persoon of zaak geprezen of afgekeurd wordt). De spreker dient zijn overtuigingsmiddelen volgens Aristoteles in alle drie de genres af te stemmen op het publiek. Hiertoe staan hem drie soorten overtuigingsmiddelen ter beschikking: `ethos’, `pathos’ en `logos’. Een spreker maakt gebruik van ethos als hij direct of indirect naar zijn eigen kwaliteiten verwijst. Volgens Aristoteles is dit het meest effectieve overtuigingsmiddel: een publiek dat vertrouwen heeft in de spreker, zal geneigd zijn diens standpunt te aanvaarden. Een spreker maakt gebruik van pathos als hij inspeelt op de emoties van het publiek, en van logos als hij zijn publiek probeert te overtuigen door middel van argumenten.
Prof. dr. R. Grootendorst - hoogleraar Taalbeheersing van het Nederlands, Universiteit van Amsterdam