Efficiënt en effectief
24 september 2006
Etymologisch gezien zijn deze twee woorden heel dichte familieleden. Effectief stamt echter van het voltooid deelwoord van efficere en efficiënt van het onvoltooide deelwoord van efficere. Ik weet natuurlijk niet hoe het met uw grammaticale kennis zit maar de mijne is minimaal. Ik maak het dus zo simpel mogelijk. Efficere is te herleiden tot ex-facere wat betekent uitdoen, afmaken.
Efficiënt is dan te vertalen als al doende, makende
Effectief als ik heb gedaan, het is gedaan
Efficiënt
Efficientie is een maat voor de hoeveelheid middelen die gebruikt worden om een doel te bereiken. Iets is dus efficiënt als er weinig middelen worden gebruikt op weg naar een doel. In een positief geval bereik je met efficiëntie snel en makkelijk een doel, in een negatief geval mis je het doel door de inzet van te weinig of onjuiste middelen.
Over efficiëntie las ik bij Peter Drucker: niets is minder zinvol dan iets efficiënter maken wat er eigenlijk niet moet zijn.
Effectief
Is niet gericht op het behalen van een doel maar op het doel zelf. Dus niet op het proces maar op de uitkomst.
Als ezelsbrug om effectief en efficiënt uit elkaar te houden kan dienen: efficiënt is dingen beter doen, effectief is betere dingen doen. De goede weg en het juiste doel.

