Karmozijn, karmijn, kermes en cochenille
15 november 2005
Het woord karmozijn is vol belofte. Een paar jaar geleden probeerde ik uit te zoeken wat de kleur karmozijn is. En of dit hetzelfde is als karmijn. Woorden zijn echter nooit simpel en voeren je soms langs vreemde verhalen. Op zoek naar de juiste kleur kwam ik uit in Zuid-Amerika, Lanzarote, de Griekse oudheid, de mantel van Jezus, Hernán Cortés, slakken, luizen en Griekse eiken. Ik kwam uit bij schilders en verfmakers, winterappels, bij handelaren in grondstoffen. Ik heb gezocht in lijsten met e-nummers, ik heb er campari om gedronken. Ik heb artikeltjes geschreven voor opname in een encyclopedie. Dat waren onderstaande artikelen. Ze zijn ook echt niet grondig genoeg voor een encyclopedie en ik wist wel hoe de klok luidde maar niet waar de klepel hing:
Karmozijn
Karmozijn is oorspronkelijk een helrode verfstof verkregen door extractie met water van vrouwelijke schildluizen van de soorten Kermes vermilio en Kermes ilicis. Deze luizen leven op de kermeseik (Quercus coccifera), een kleine heester die algemeen voorkomt rond de Europese landen van de Middellandse zee. Reeds in de oudheid was karmozijn bekend en diende voor purper of scharlaken verven van kledingstukken of het bijkleuren van voedsel. Voor de kleuring van textiel werd karmozijn al snel na de ontdekking van Amerika vervangen door het zogenoemde karmijn. Deze kleurstof is afkomstig van de cochenilleschildluis en deze luis leverde meer en hoogwaardigere kleurstoffen met meer kleurkracht en is lichtechter.
De naam karmozijn wordt tegenwoordig gebruikt voor een synthetische kleurstof voor voeding die ook bekend is onder de naam azorubine (E122). Deze Azokleurstof wordt onder andere gesynthetiseerd uit een naftlosulfonzuur en een gediazoteerd naftionzuur.
Karmijn
karmijn of karmozijn, als kleurstof gebruikt extract van de gedroogde vrouwelijke cochenilleluis. Het kleurend bestanddeel is karmijnzuur, dat als karmijnlak op een aluinsubstraat wordt neergeslagen. Het is bekend sedert de verovering van Mexico in 1523. Het kan als kleurkrachtig transparant materiaal in diverse schakeringen van rood tot violet verkregen worden. Karmijn wordt ook gebruikt voor het kleuren van microscopische preparaten en in de cosmetische industrie.Karmijn, kleurstof afkomstig van een extract van de gedroogde vrouwelijke cochenilleluis. Het kleurend bestanddeel is karmijnzuur, dat als karmijnlak op een aluinsubstraat wordt neergeslagen.
Karmijn wordt gebruikt voor het kleuren van microscopische preparaten, voeding (E120) en cosmetica. Als kleurstof voor textiel is het sinds 1850 vervangen door synthetische varianten. Eerst door anilinekleurstoffen en later door azokleurstoffen.
Kermes
kermes (v. Arab. kirmiz), rode kleurstof verkregen door extractie met water van vrouwelijke schildluizen van de soorten Kermes vermilio en Kermes ilicis, die leven op de kermeseik (Quercus coccifera), reeds in de oudheid bekend en dienende voor purper of scharlaken verven van kledingstukken.
Cochenille
cochenille [kleurstof], een product bestaande uit gedroogde wijfjes van de cochenilleluis (Dactylopius coccus), een op cactussen van de geslachten Nopalea en Opuntia levende schildluis, afkomstig uit Mexico, in de 19de eeuw elders ingevoerd. Door extractie wordt hieruit de kleurstof karmijn gewonnen. Nog altijd gebruikt in de voedselindustrie.Het was ontdekkingsreiziger Hernán Cortéz die in 1523 stuitte op de kleurstof die in gebruik was bij de Aztecen en de Mexicaanse indianen. Al snel hierna werd cochenille een belangrijk handelsproduct voor de Spanjaarden en de toevallige ontdekking van Van Drebbel in 1630 om textiel te verven met een textielbeits op basis van tin gaven de handel nog eens een extra stimulans. Er kwamen nieuwe plantages van de Nopalcactus door heel Zuid-Amerika. De Fransen en Engelsen hebben tevergeefs geprobeerd ook cochenille te winnen in hun kolonies. De Nederlanders lukte het in 1828 om in Java cochenille te produceren.
Op tweehonderd vrouwtjes van de cochenilleluis staat één mannetje. Deze leeft alleen lang genoeg om de eitjes te bevruchten en op de cactussen zitten dus alleen vrouwtjes. Deze zijn rood maar scheiden een witte wasachtige substantie over hun lichaam af waarmee ze zich beschermen. Voor het oog zijn ze dus een witte, spuugachtige vlek. De luizen worden meerdere malen per jaar handmatig geoogst door ze van de cactussen af te vegen en op te vangen in een zak.
Tegenwoordig komt veel cochenille van het Canarische eiland Lanzarote.
Besluit
In de WikiPedia vind je inmiddels prima Nederlandstalige info over karmijn. Alleen wordt daar Karmijn en Karmozijn als hetzelfde beschouwd. Dat klopt volgens mij niet. En ook niet volgens Van Dale die het onderwerp het best behandelen. De purperverf karmijn en karmozijn blijken synoniemen, maar de verfstoffen zijn toch echt anders. Karmijn is een wijnrode kleurstof, afkomstig van de cochenille, later kunstmatig bereid en karmozijn is een helrode verfstof gemaakt van de kermes. Tot de verwarring rond deze woorden zal ook zeker hebben bijgedragen dat karmijn ook kleurstof van hoge kwaliteit betekent. En dus heb je ook blauw karmijn, indigokarmijn, bruin karmijn, paars karmijn, karmijnviolet, zwart karmijn. En dus bestaan ook deze woorden: karmijnblauw, karmijnbruin, karmijngroen, karmijnrood, karmijnroze, karmijnviolet. Ook is er een winterappel: Karmijn de Sonnaville.
Verwijzingen bij dit onderwerp
- E120, Karmijn
- E124, nieuw coccine
- Karmijn in de WikiPedia
- Goed artikel van Harrie de Hondt over Karmijn
- Het pigment cochenille, museumkennis
Trivia
De Engelse naam voor karmijn is crimson en dat is ook de naam van die boze figuur in Suske en Wiske. Zijn naam wordt gespeld Krimson:
De webkleur definitie voor Karmijn is:
#960018



30 november 2006 op 22:51
Hoe worden die luizen gedroogd?
2 december 2006 op 13:12
Dag Hannah, het was even zoeken maar ik kwam terecht op een site met prachtige foto’s waaronder eentje van het drogingsproces. Na de oogst worden de levende insecten op schermen uitgespreid om daar acht dagen te drogen onder invloed van zon en droge lucht:
http://wpni01.auroraquanta.com/pv//cochineal?sess_id=48627998943439531&key_id=227&img=796
4 december 2006 op 23:38
Die kermeseik is in het Nederlands beter bekend als hulsteik. De blaadjes lijken erg op hulst, de enige groenblijvende loofboom van onze streken. In het Engels heet hulst trouwens Holly. Dus Hollywood is vrij vertaald iets als Hulstbos.
26 januari 2007 op 23:13
Hey Kielzog, ik las over die cochenille insecten in de Spits. Er stond een artikel in van Renate Zoutberg getiteld: Insectenmenu vooralsnog eendagsvlieg. Groet, Leo.
7 mei 2007 op 13:25
Volgens mij is Karmozijn een plant, die wij in de tuin hebben, waar mooie witte bloemen aan komen en die veranderen in bessen.Het sap wordt door sommige mensen gebruikt als verf.
Deze plant is afkomstig uit America en werd door de indianen al gebruikt voor het verven van o.a. kleding maar ook lichaam.
Vr.gr. M.Harkema
19 maart 2008 op 18:58
In het boek:”Ik heet Karmozijn”van Orhan Pamuk wordt beschreven hoe de kleurstof karmozijn rond 1500 werd bereid in Turkije.
24 maart 2008 op 12:18
Beste Rob,
ik heb hier een apothekerspotje staan met op het etiket aan de voorzijde: ‘Echte Collionella Karmijn-lak’.
Op een etiket aan de achterkant staat: ‘Echte Karmijn (Rood) Zeer kostbaar’
Op een veel grotere apothekerspot staat ‘Karmijn / ook’Parijs Rood’ Mede samengesteld met Btasil Hout (Fernar-Buk-Hout) + Coccionelle’.
Ik vermoed dat zij alletwee echt oud zijn want komen van een al erg lang bestaande schilderijen restauratie werkplaats waar al lang niet meer werd gewerkt.
Weet jij of dit een z.g. interessante vondst is?
Groeten / Peter
15 mei 2008 op 13:31
Cochenille is in 1828 in Nederlands Indië gebracht door Joachim Bish geboren rond 1785 in Lucena, Spanje. Hij stierf 5-7-1837 in Semarang.
Hij was de eerste opzichter van de Nopalcultuur. Zijn zoon Jorge Juan Bish nam na de dood van zijn vader die functie over. Joachim Bish was getrouwd met Juana Lopez, die met drie kinderen in Spanje achterbleef.
Nazaten van Joacim Bish leven in Spanje, Indonesia en Nederland.
groeten nelis oosterwijk