Dat is de vraag!
15 november 2005Ik ben al een tijdje bezig wat meer greep te krijgen op het begrip vraag. Een antwoord op wat is een vraag. Maar het lijkt zo een ruim begrip dat het bijna leeg te noemen is. Je hebt retorische vragen, directe vragen, indirecte vragen, open vragen, gesloten vragen, domme vragen, slimme vragen, suggestieve vragen, overbodige vragen, academische vragen, theorische vragen enzovoorts. Maar helemaal leeg is het woord ook weer niet want een vraag is geen boot, geen boom of kind. Hieronder waag ik een eerste poging tot wat meer inzicht te komen en dit te delen. Een reis van duizend mijlen begint met een enkele stap.
Vragen heb je dus in soorten en maten. Een vraag is niet tastbaar. Een vraag bestaat in de taal. In de taal heeft de vraag een bepaalde vorm en wordt gemarkeerd met een teken, een vraagteken. Als men vragen stelt dan doet dit iets met de interactie tussen mensen. Je kan ook jezelf een vraag stellen en dan doet dit iets met jezelf. Ik hoor je denken: dit is vaag geformuleerd, de ruimte is nog steeds veel te groot, ik zie wel de begrenzing ervan maar hoor ook nog steeds een echo. Dit hoor ik mezelf in ieder geval denken. Maar ik wil er nog even omheen cirkelen.
Een vraag bestaat in de taal en de taal bestaat in het echt. Met de taal geven we uiting aan onze wil. De wil vult ons menselijke leven in zoals we het hebben ingevuld. Wat je daarvan ook vindt.
Alles speelt zich af in een eenheid van ruimte en tijd. De taal en de ideeën zijn in al hun abstracties uiteindelijk afleidingen van iets dat zich kan afspelen voor je ogen. Wat je kan zien en voelen. Wat er al was voordat de woorden er waren. Een vraag is uiting geven aan een leemte. Een gat dat gevuld kan worden. Met kennis of met daden. Een vraag is een arm met een klauwende hand. Het is een grijpen naar de wereld om je heen. Het is greep proberen te krijgen, het is proberen te begrijpen. Greep op mensen en dingen, begrip van het idee over mensen en dingen.
Grammatica en syntaxis
De vraag is in de taal herkenbaar door zijn vorm. De eerste grammaticale vorm is de gesloten vraag. Die verlangt een antwoord in de vorm van een ja of een nee. Deze zin begint met een persoonsvorm: Ga je met me mee? Of bij uitbreiding de meerkeuze vraag. Ga je met de auto of met de fiets? En de open vraag die meerdere antwoorden kan hebben: Wat vind je van dit spel? Zulke zinnen beginnen met een vragend voornaamwoord (wat, wie, welke), een vragend bijwoord (hoe, waarom, wanneer, waaruit) of een woordgroep met een vragend voornaamwoord (op welke wijze, met wie). De vragende zin onderscheid zich in de syntaxis van mededelende zinnen, gebiedende zinnen en uitroepende zinnen. En als het duidelijk is dat het een vraag betreft dan zetten we er een vraagteken achter.
Semantiek van een vraag
Een vraag kan van alles betekenen los van z’n vorm. Zo heeft de retorische vraag wel de vorm van een vraag maar is in de betekenis een mededeling.
Een redelijk duidelijke categorie is de suggestieve vraag. Deze geeft al bijna antwoord op de gestelde vraag. Vind je ook niet dat het beter is te stoppen? Vragensteller laadt weinig onduidelijk wat het antwoord moet zijn. Er wordt geduwt naar een ja.
En de tegenvraag. Vind je ook niet dat het beter is te stoppen? Waarom zou ik dat moeten vinden?
De vraag in spreekwoorden en gezegdes
Door vragen komt men in Rome (en vele wegen leiden er naar toe)
Eén gek kan meer vragen dan zeven wijzen kunnen beantwoorden
De duivel heeft het vragen uitgevonden (curiosity killed the cat)
Vragen staat vrij
Voor jouw een vraag voor mij een weet
De vraag in lichaamstaal
Als een mens in zijn wanhoop iets niet kan begrijpen heft hij zijn handen ten hemel. Het lijkt op een grijpende beweging die niet wordt afgemaakt. Als een mens niet weet wat de ander wil zal hij zijn armen voor zich uitstrekkenen en zijn handen openen: wat wil je nou? Een bedelaar zal zijn handen vlak voor je uitstrekken.
De vraag in de omgang met anderen
Nu we weten hoe een vraag er taalkundig uitziet kunnen we ons wat meer richten op de betekenis ervan in de omgang met anderen. De funtie van de vraag in de communicatie. Een vraag kan aangeven dat je goed luistert, dat je twijfels heb bij het gezegde of dat je graag iets wil hebben of een bepaald gedrag bij de ander ziet. Dat laatste beweegt zich naar het gebied van de macht. Wie heeft het in dit leven voor het zeggen. Aan wie moet ik iets vriendelijk vragen en van wie kan ik iets eisen. Dat is een delicaat gebied en de juiste vraag is noodzakelijk.
De moraal: Een grijpende beweging maken naar een hete kachel, een leeuw of een heerser kan zeer nadelig uitpakken. Een vlinder moet je anders grijpen dan een beer en sommige zaken kun je maar beter helemaal niet willen grijpen. Het grijpen van water, vuur of lucht is bijna onmogelijk en kan wellicht beter worden vermeden.
De vraag in het zoeken naar kennis
Sommige vragen zijn bedoelt om heel direct het dagelijks leven te beïnvloeden. Anderen staan wat verder van dit dagelijkse leven af en zijn bedoeld te komen tot kennis van onszelf en de wereld om ons heen.
Een vraag om te komen tot meer inzicht en begrip veronderstelt dat niet-weten wordt ervaren als een leegte. Dat geldt niet zomaar voor iedereen. Een leegte kan ook rust geven en helderheid. Niet iedereen wil altijd weten hoe laat het is. Anderen willen niet weten waarom we bestaan. Maar gesteld dat de leegte moet worden gevuld dan kan dit gedaan worden met de Socratische methode van vragen stellen.
De intensiteit van een vraag: Smeken, vragen, zoeken of eisen
Aangezien een vraag soms in contact staat met een bevraagde roept de vraag ook gevoel op. Vragen kan je in verschillende mate. Van teder tot ruw. Het stellende karakter ervan verschilt. Dat gevoel voor vorm staat bijna los van de inhoudelijke strekking.
Vragen verschillen door de wijdte van de cirkel die je maakt om datgene wat je wil pakken. Soms loop je om iets heen in een wijde boog omdat het gevraagde zo groot is of omdat je voorzichtig bent. Zoeken is met een wijde cirkel om iets heen bewegen om het eerst te bekijken en voorzichtig een aantal vragen op te werpen. Eisen is lijnrecht op het ding af te lopen en het te pakken. Je weet wat je pakt en je hoeft niet voorzichtig te zijn. Je kan hiermee natuurlijk wel de deksel op de neus krijgen. Smeken en bedelen zijn ook relatief direct maar veronderstellen een basis van ongelijkheid. Bidden is ook een vorm van nederig vragen. Zoals in het Duits: ich bitte dich.
De Vragers
Zoals je vragen in soorten en maten hebt geldt dit ook voor vragers. Ik begin hieronder een kleine inventarisatie.
De vragers: filosofen
Voor filosofisch ingestelde mensen zijn grote vragen niet te vermijden. Ze moeten gesteld worden. Het bevraagde is vaak enorm en bijna niet te omvatten. Het vergt een zorgvuldige omcirkeling en beschouwing voordat er begrip volgt. Als het doel tenminste begrijpbaar is want dat staat natuurlijk nog niet vast.
De vragers: analytici
Een analyticus is iemand die vele, kleine zorgvuldige grijpbewegingen maakt en zo probeert gevoel te ontwikkelen voor het te begrijpen onderwerp. Als dat onderwerp een ander mens is dant kan dit wel eens verkeerd uitpakken. Als het een onderwerp is wat veel te groot is dan is een einde niet snel in zicht. Als het een netelige zaak betreft dan kan analyse wel eens de juiste aanpak zijn.
De vragers: piekeraars
Een piekeraar is iemand die maar onduidelijke grijpende bewegingen maakt. Dit zal de mensen in zijn omgeving behoorlijk kunnen storen.


7 februari 2008 op 22:39
Mooi verhaal. Ik mis echter de strikvraag …